dinsdag 31 maart 2009

Recuerdos de un viaje reliiiiindo

Sinds een hele tijd zijn we weer in Buenos Aires aanbeland, de stad die de laatste week zijn bijnaam (de stad die nooit slaapt) volop liet gelden. Maar laat ik eerst nog eens terugblikken op ons wondermooi reisje en jullie verblijden met het verdere relaas van ons tripje.

Na veel tegenslag zijn we toch heelhuids in Colón aanbeland en vanop de oever van de camping zagen we al de eerste glimp van Uruguay Natural. Die nacht hadden we dolle pret in het geleende two seconds tentje, dat toch te klein bleek voor 4 personen, dus ben ik naar het strandje onder de blote hemel gevlucht. De volgende dag staken we de grens over, Paysandú binnen, en vanaf dan begon onze grote roadtrip met de huurauto. Eerst reden we zuidwaarts naar Montevideo, met tussenstop in San José met dank aan een lifster die daar een minimarathon ging lopen. In Montevideo logeerden we bij Lucía, la chica del vino van de expo, die zich eveneens tot toeristische gids ontpopte. Montevideo bleek een prachtige stad, enorm rustig, met meer ecologisch besef dan in Buenos Aires en een prachtige rambla. Men zegt niet voor niets dat Montevideo met haar gezicht naar de Río de La Plata gebouwd is, terwijl Buenos Aires haar rug keert naar die plas.

2 dagen later vervolgden we onze roadtrip en reden we in één trek (5 uur) naar de oostelijke grens met Brazilië. Zonder het te weten belandden we zelfs (illegaal) in Brazilië, in Barra do Chui, waar de plaatselijke dorpsbewaker Walter ons een klein terreintje toonde om ons tentje neer te ploffen. Hij vond het blijkbaar niet zo fijn dat we onze tent naast het beeld van de Heilige Virgen gingen uitwerpen… De volgende dag passeerden we allerlei kleine strandjes: La Coronilla, het natuurpark Santa Teresa en brachten we de nacht door in Punta del Diablo. Ongetwijfeld een van de mooiste plekken van Uruguay, oorspronkelijk een vissersdorpje maar nu een toch iets toeristischer surfersparadijs. waar iedereen maar al te graag een kleurrijk huisje neerplant. We mochten slapen in de tuin van Marcelo, een plaatselijke verkoper der artesanías, die 10 jaar eerder zijn eigen hippiehok ineen had getimmerd . Omdat Punta del Diablo ons hartje had veroverd, besloten we pas laat de volgende dag verder te trekken, met tussenstops op de strandjes La Esmeralda en Aguas Dulces. Toen we ’s avonds op een verlaten camping in Valizas strandden, omsingeld door paarden, kwamen onze gauchokwaliteiten naar boven en stookten we een vuurtje om het water voor de mate op te warmen.

De volgende dag reden we verder naar Cabo Polonio, het andere hoogtepunt van ons korte tripje. Cabo Polonio is een beschermd natuurgebied, eerst moet je de duinen door vooraleer je aan het pittoreske dorpje komt. Er is daar geen elektriciteit, geen licht (en dus zeker geen gsm- en internetbereik J) en er mogen geen auto’s binnen. De toeristen worden, avontuur avontuur!, met een jeep naar daar gebracht. Cabo Polonio leeft van het toerisme. De mensen die daar wonen kiezen bewust voor de rust en de magie van deze plek, maar om te leven verhuren ze kamers of verkopen ze hun artesanías. Na een duik in de Cabo Poloniaanse wateren belandden we in een oergezellig restaurantje ‘La Golosa’ in de vorm van een mondholte (een rood tapijt bij het binnengaan stelde de tong voor, rond de deur waren een paar dikke lippen geschilderd), waar we konden genieten van een gevarieerde keuken met veeeeel vis (eindelijk eens geen asados en milanesas en empanadas!). De eigenaar vertelde ons trouwens een interessant weetje. Blijkbaar zijn Uruguay en België rond dezelfde tijd gesticht en met hetzelfde doel: beiden dienden ze als bufferzone voor de Engelsen. Uruguay als buffer tussen Argentinië en Brazilië, België tussen Frankrijk en Duitsland. Notabel verschil nu: België is veeeel kleiner en heeft 11 miljoen inwoners, in Uruguay zijn er hoogstens 4 miljoen inwoners, en de meeste wonen in Montevideo. De kust is dan ook verlaten na het hoogseizoen, en daar hebben wij volop van kunnen genieten. Terug naar Cabo Polonio:

Aan de kant van de vuurtoren bestaat de kust uit rotsen, waar het in het juiste seizoen krioelt van de zeehonden en waar je in de verte walvissen kunt spotten. Bij zonsondergang (magisch!) verlieten we de Cabo, te voet, een tocht van anderhalf uur door de duinen, met als enige leidraad de sterren en jeepsporen J Diezelfde avond belandden we in La Paloma en de ‘Hache O bar’ oftewel ‘OoooBar’, uitgebaat door een vriend van, wederom, de expo te Zaragoza. De volgende dag was een luie dag, stop in La Pedrera en dan rit naar de chique kust, de plaatsen waar de Argentijnse high society de zomer doorbrengt, in een woord een anticlimax na wat we in Rocha hadden gezien. Manantiales, Punta del Este, het is helemaal niet de moeite waard. ’s Avonds bereikten we Punta Ballena en uit pure oververmoeidheid ploften we ons tentje neer naast de weg, onder een monument J Resultaat: om 3 u ’s nachts werden we gewekt door de politie, die onze gegevens noteerde maar ons toch toeliet de nacht daar door te brengen. Wanneer we wakker werden zag ik pas hoe mooi het daar wel was. We bezochten Casapueblo, het levenswerk van de Uruguayaanse kunstenaar Carlos Paez Villaró. Een wit bouwwerk in de rots, met zicht op de volle zee, een doolhof van kamertjes en terrasjes dat werd omgevormd tot een hotel en expositieruimte van zijn boeiende werk.

Door tijdsgebrek bolden we verder, via Atlándida, wederom stop in Montevideo bij Lucía, en ’s avonds sliepen we in een BED, aaah de luxe!, in een jeugdherberg in Colonia del Sacramento. Het oudste stadje van Uruguay, gesticht door de Portugezen, en werkelijk wondermooi. Onze laatste dag in Uruguay… We keerden terug naar Buenos Aires met de Colonia Express, cruzando el gran charco. Normaal duurt dit een uurtje, maar aangezien er een motor blokkeerde duurde de tocht de volle drie uur en hip hoi, kregen we gratis drank a volonté voor dit ongemak. Een zoet einde van een zeemzoete trip!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten